Deelvragen

3 december 2019, een eerste uitwerking van de deelvragen.


Onderzoek

Wat voor soort onderzoek ga ik doen? Interpratief; want ik wil begrijpen hoe kunst mensen kan ‘aanzetten’ om hun kijk op de wereld te veranderen of te begrijpen- en een handelingsonderzoek; ik wil dat er meer en beter naar elkaar geluisterd wordt.

Wat wil ik dan zo concreet mogelijk?

Als ik stelling neem, dan zou ik het volgende stellen; dat kunst een bijdrage kan leveren in het voeren van een interculturele dialoog.

Wat wil ik dan eigenlijk weten?

Welke rol neem ik aan in mijn onderzoek? Participatieve observator?


1. Wat houden de verschillende concepten in; dialoog, receptieve kunsteducatie en culturele achtergronden?

Literatuuronderzoek

Dialoog; een dialoog komt tot stand als beiden partijen er open voor staan en ze bereid zijn te accepteren dat er een verandering plaats vindt door de dialoog aan te gaan. Door je open te stellen voor elkaar stel je elkaar in de gelegenheid om van perspectief te wisselen. Om het gesprek aan te gaan moet er ruimte gecreëerd worden; vrije ruimte. Deze ruimte is vrij, omdat dat tussenstuk mensen de gelegenheid geeft zichzelf te kunnen zijn en tegelijkertijd open te staan voor de ander. Er wordt ook wel gesproken over een ‘safe space’. Hierin vind ik ondersteuning in de theorie bij:

Literatuur:

  • Biesta, G. (2010). ‘This is My Truth, Tell Me Yours’. Deconstructive pragmatism as a philosophy for education. Educational Philosophy and Theory, 42(7), 710–727. https://doi.org/10.1111/j.1469-5812.2008.00422.xGert Biesta, Deconstructief Pragmatisme

  • Levinas; Keij, J. (2017). De filosofie van Emmanuel Levinas [ePub]. Nederland: VBK Media

  • Van Zilfhout (Red.), P. (2009). De Vrije Ruimte. Nederland: Damon.

  • Ditmars, A. (2014, 17 mei). IJzeren Lijst 9. The Human Condition van Hannah Arendt. Geraadpleegd op 11 oktober 2019, van https://www.filosofie.nl/Artikelen/ijzeren-lijst-9-the-human-condition-van-hannah-arendt.html

  • de Schutter, D., & Peeters, R. (2016). Hannah Arendt: Politiek denker [Epub] (3de editie). Zoetermeer: Uitgeverij Klement.

Literatuuronderzoek

Receptieve kunsteducatie; kijken naar kunst helpt mensen met andere ogen te kijken naar de wereld, naar zichzelf en de ander. Door de ervaring die je opdoet kun je jezelf verhouden tot hetgeen je ziet, wat je voelt of waar je naar kijkt. Je verhoudt je op een of andere manier tot het werk. Educatie en kunst zijn beiden vormen van communicatie. Daarom is voor mij het kijken en ervaren van kunst een manier om de dialoog te starten. Op welke manier je de communicatie uitvoert hangt af van de werkvorm die je in wilt zetten. Voor mij is het gesprek in een museale setting de ideale vorm omdat het een beeld is dat in alle rust bekeken kan worden en open staat voor een eigen interpretatie. Die interpretatie staat voor een perspectief op de werkelijkheid. Je interpreteert het werk vanuit je eigen context, iedereen die deelneemt deelt zijn perspectief op het werk. Op dat moment kan het gesprek aanvangen.

In het onderzoek van John Idema (2019), Raak of vermaak?, verwijst hij naar een onderzoek van de Engelse Raad voor Cultuur waar uitkwam dat bezoekers bij een museumbezoek vooral op zoek zijn naar een ‘kwalitatieve ervaring’, zij zijn op zoek naar een verrijking van hun leven of een inzicht. Dit onderzoek richt zich echter wel op mensen die al naar een museum gaan.


Literatuur:


  • Haanstra, F. H., Hargreaves, D. H., & Middelkoop, M. (1994). Determinanten van leren over kunst. Geraadpleegd van https://www.lkca.nl/~/media/kennisbank/publicaties/2015/kkdeterminantenvanlerenoverkunst.pdf

  • Nussbaum, M. C. (2011). Niet voor de winst : waarom de democratie de geesteswetenschappen nodig heeft. Amsterdam: Ambo.

  • Van Heusden, B., & Gielen, P. (2015). Arts Education Beyond Art: Teaching Art in Times of Change. Amsterdam: Valiz.

  • Wagner, E. (2015). Arts Education Beyond Art: Teaching Art in Times of Change. The museum as a place of (self)education. Amsterdam: Valiz.

  • Dewey, J., & Berding, J. W. A. (2011). John Dewey over opvoeding, onderwijs en burgerschap: een keuze uit zijn werk. Amsterdam: SWP.

  • Culturele instellingen en de doorlopende leerlijn richtlijnen geraadpleegd


Culturele achtergronden; welke groepen wil ik onderzoeken? Het gaat mij om een brede groep, de dialoog is van belang voor mensen in zijn algemeenheid, maar ik zie meer noodzaak in het samenbrengen van mensen van diverse culturele achtergronden omdat daar de meeste miscommunicatie kan ontstaan. Daarbij is het voor mij een persoonlijke fascinatie; wat maakt het zo moeilijk om op een goede manier te communiceren en elkaar in je waarde te laten. Ruimte maken voor het eigen verhaal. Om mijn onderzoek beter af te kaderen moet ik een keuze maken welke doelgroep voor mij werkbaar is. Hoewel ik mij in eerste instantie niet wilde richten op scholen heb ik nu besloten dat dit juist een interessante doelgroep kan zijn. Specifiek leerlingen uit de bovenbouw van het VO. Welke ontwikkelingsfase zit de doelgroep?

Ik kan ook de winkel gebruiken als plek om te experimenteren. Hoe reageren mijn klanten op bijvoorbeeld een kunstwerk. Ik zou een kunstwerk kunnen ophangen of een foto van een werk en dit bevragen. Welke vragen stel ik dan?


Literatuur:



2. Welke onderzoeken zijn er al gedaan op het gebied van interculturele cultuurdeelname en hoe verhoudt mijn onderzoek zich dan tot die andere onderzoeken?


Inventarisatie

Hierbij wil ik benadrukken dat ik bewust niet kies voor projecten met anderstaligen, aangezien je dan alweer teveel in hokjes gaat denken. Het gaat om een interculturele dialoog, om pluraliteit en als je alleen maar met vluchtelingen of anderstaligen gaat werken ga je daaraan voorbij. In eerste instantie neem ik alles mee en ga ik daarna schrappen.


Inventarisaties:

  • Definitief overzicht projecten Culturele interventies gericht op volwassen statushouders.

  • Overzicht interculturele projecten specifiek musea

  • Werkvormen en inventarisaties worden apart toegevoegd.

Methode:

In het onderzoek ‘Culturele interventies gericht op volwassen statushouders’ uit januari 2019 wordt vernoemd dat er weinig structurele methodes gebruikt worden voor het begeleiden van statushouders tijdens culturele interventies. Hier zou ik meer moeten kunnen doen. Het is belangrijk dat je uitgaat van de kracht van mensen en de uitdaging aangaat en er niet vanuit gaat dat iemand iets niet kan wordt ook benoemd.

In het onderzoek wordt tevens aangegeven dat de interventie moet aansluiten bij de persoonlijke interesses van de deelnemer of dat er in ieder geval herkenbare elementen in moeten zitten. Ze benoemen wel dat er weinig projecten zijn opgezet met een beschreven methodiek. Dus niet vooropgezet. De doelen moeten op voorhand duidelijk worden gecommuniceerd. Voordeel van kunst is dat je voor de impact geen woorden nodig hebt, kunst brengt een emotie, verhaal of een ervaring naar boven.


Literatuur:


3. Wat is de huidige stand van zaken, welke organisaties werken op dit moment op het gebied van interculturaliteit?


Inventarisatie > best practices > vragenlijst maken voor organisaties

Een vragenlijst is verzonden naar 127 musea, waarvan er 43 hebben gereageerd (na de Kerstvakantie heb ik geen gegevens meer verwerkt, aangezien de verwachting is dat er niemand dan nog gaat reageren). Een verwerking van de data moet nog afgewerkt worden.


4. Treedt er daadwerkelijk verandering op bij deelnemers, komt de dialoog op gang?


Observatie en uitvoering; participatieve observatie

Wat blijft er hangen van het gesprek?


Literatuur:


5. Is er draagvlak voor en hoe kan dit duurzaam ingezet worden binnen een maatschappelijke organisatie?


Evaluatie en inventarisatie > hoe ga ik dit toetsen

Bij de vragenlijst voor de musea kan ik hier al wat informatie uit halen. Gezien de tijd zal ik deze vraag niet verder uit kunnen werken.

8 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven